Huurcontract bedrijfspand

Een huurcontract bedrijfspand wordt overeengekomen wanneer de verhuurder/ eigenaar van de bedrijfsruimte zicht verplicht om aan de huurder het bedrijfspand in gebruik geeft, waarbij de huurder verplicht is tot het geven van een tegenprestatie (huur). Bekijk hieronder een voorbeeld huurovereenkomst van een bedrijfspand. Onder aan de pagina kan je het voorbeeld downloaden in Word. 

Voorbeeld huurcontract bedrijfspand

Bekijk hieronder een voorbeeld van een huurcontract bedrijfspand. Je kunt dit voorbeeld onder aan de pagina downloaden in Word. 

Voorbeeld huurcontract bedrijfspand

 

De ondergetekenden:

 

(Naam verhuurder) gevestigd aan de (Straat en huisnummer verhuurder), (postcode en Plaats verhuurder) rechtsgeldig vertegenwoordigd door (Naam vertegenwoordiger van de verhuurder), hierna te noemen ‘verhuurder’,

 

en

 

(Naam huurder), geboren op (geboortedatum, te Geboorteplaats), BSN (BSN nummer), wonende aan de (Straat en huisnummer huurder), (postcode en Plaats), hierna te noemen ‘huurder’;

 

Verhuurder en huurder hierna gezamenlijk te noemen ‘partijen’.

 

in aanmerking nemende:

 

·        dat de verhuurder eigenaar is van een onroerende zaak, hierna te noemen het bedrijfspand, staande en gelegen aan de (adres);

·        dat het bedrijfspand aan de verhuurder en aan de huurder bekend is, zodat daarvan geen nadere omschrijving nodig is;

·        dat de huurder het bedrijfspand wenst te huren van de verhuurder;

·        dat de verhuurder en de huurder het wenselijk achten om de voorwaarden en bepalingen

van deze huurcontract vast te leggen in een huurcontract;

 

zijn met elkaar een huurcontract aangegaan, waarvan de voorwaarden en bepalingen als volgt zijn opgenomen:

 

 

Artikel 1 huurcontract bedrijfspand

Deze huurcontract is ingegaan op (datum), hierna te noemen de ingangsdatum.

 

Artikel 2 huurcontract bedrijfspand

De verhuurder verhuurt aan huurder met ingang van de ingangsdatum, gelijk de huurder huurt van de verhuurder, het bedrijfspand.

 

Artikel 3 huurcontract bedrijfspand

1.    Deze overeenkomst is aangegaan voor een termijn van (aantal) jaren. De overeenkomst wordt na einde van deze termijn van (aantal) jaren verlengd met wederom een termijn van (aantal) jaren, tenzij de huurder of de verhuurder ten minste (aantal) maanden voor het verstrijken van eerdergenoemde termijn van (aantal) jaren de wederpartij door middel van behoorlijke kennisgeving, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, meedeelt geen gebruik te maken van het recht tot verlenging met (aantal) jaren.

2.    Deze overeenkomst, die op grond van het vorig lid van dit artikel is verlengd met een tweede termijn van (aantal) jaren, wordt na ommekomst van de alsdan verstreken termijn van (aantal) jaren verlengd voor onbepaalde tijd, tenzij de huurder of de verhuurder ten minste (aantal) maanden voor het verstrijken van die tweede termijn van (aantal) jaren de overeenkomst opzegt, waarbij opzegging dient plaats te vinden door middel van behoorlijke kennisgeving, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel.

3.    De overeenkomst, die op grond van vorig lid is verlengd voor onbepaalde tijd, kan door de huurder of de verhuurder op elk moment worden opgezegd, waarbij opzegging dient plaats te vinden door middel van behoorlijke kennisgeving, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel. De termijn van opzegging bedraagt tenminste (aantal) maanden.

4.    Behoorlijke kennisgeving dient plaats te vinden door middel van een aangetekend schrijven met bewijs van ontvangst, door middel van een deurwaardersexploot, of door een door iedere partij ondertekende verklaring.

 

Artikel 4 huurcontract bedrijfspand

1.    Als de huurcontract eindigt, dient de huurder het bedrijfspand in goede staat van onderhoud vóór het verstrijken van de huurtermijn met al de zijnen en al het zijne ontruimd te hebben.

2.    De huurder is alsdan bij niet-ontruiming van het bedrijfspand in gebreke door het enkele verstrijken van het ontruimingstijdstip, zonder dat enige ingebrekestelling of aanmaning daartoe door de verhuurder vereist is.

 

Artikel 5 huurcontract bedrijfspand

1.    De huurprijs bedraagt bij aanvang € (bedrag) exclusief omzetbelasting per maand.

2.    De huurprijs wordt jaarlijks per 1 januari, voor het eerst per (datum), automatisch herzien aan de hand van de geldende wet en regelgeving.

3.    De huurprijs dient bij vooruitbetaling te worden voldaan door de huurder, zonder korting of schuldvergelijking, behoudens het bepaalde in artikel 7:206, lid 3 BW, in de week voorafgaande aan de maand waarop de huur betrekking heeft. De betaling van de huur dient te geschieden door middel van storting op een rekening van de verhuurder bij een bankinstelling.

 

Artikel 6 huurcontract bedrijfspand

1.    De huurder en de verhuurder komen overeen dat de verhuurder omzetbelasting over de huurprijs in rekening brengt.

2.    De huurder en de verhuurder zijn overeengekomen dat zij gebruik maken van de mogelijkheid om op grond van Mededeling 45, besluit van 24 maart 1999, nr. VB 99/571, af te zien van het indienen van een gezamenlijk optieverzoek voor een met omzetbelasting belaste verhuur. De huurder verklaart door ondertekening van de huurcontract mede ten behoeve van de rechtsopvolger(s) van de verhuurder, dat hij het bedrijfspand blijvend gebruikt of blijvend laat gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van omzetbelasting op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 bestaat.

3.    Het boekjaar van de huurder loopt van 01 januari tot en met 31 december.

4.    De huurder en de verhuurder verklaren uitdrukkelijk dat bij het vaststellen van de huurprijs uitgangspunt is geweest dat de huurder het bedrijfspand voor het bij de wet vastgestelde percentage of nader vastgesteld minimum percentage blijvend zal gebruiken voor prestaties die recht geven op aftrek BTW, zodanig dat kan worden geopteerd voor een belaste (ver)huur.

5.    Indien de huurder het bedrijfspand niet (meer) gebruikt voor prestaties die recht geven op aftrek van BTW zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, dan is de huurder niet langer BTW over de huurprijs aan de verhuurder verschuldigd, doch dan is de huurder met ingang van de datum waarop de verhuur van BTW is vrijgesteld, naast de huurprijs exclusief BTW, als een afzonderlijke vergoeding aan verhuurder een zodanig bedrag verschuldigd dat laatstgenoemde volledig wordt gecompenseerd voor:

a.    de als gevolg van het vervallen van de belaste verhuur niet (langer)aftrekbare BTW op de exploitatiekosten voor het bedrijfspand en/of investeringen daarin;

b.    de BTW die de verhuurder als gevolg van het vervallen van de belaste verhuur wegens herrekening als bedoeld in artikel 15, lid 4 van de Wet op de omzetbelasting 1968 of herziening als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 13 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 aan de fiscus moet terugbetalen en of niet langer terug kan krijgen van de fiscus;

c.    alle overige schade die de verhuurder door het vervallen van de belaste verhuur lijdt.

6.    Wanneer zich een situatie als bedoeld onder lid 5 van dit artikel voordoet zal de verhuurder aan de huurder berichten welke bedragen door de verhuurder aan de fiscus moeten worden betaald en inzicht geven in de overige schade als bedoeld onder lid 5 van dit artikel. De verhuurder zal zijn medewerking verlenen indien de huurder de opgave van de verhuurder wil laten controleren door een onafhankelijke registeraccountant. De kosten hiervan zijn voor rekening van de huurder. Het door de verhuurder, vanwege het vervallen van de belaste verhuur te lijden financiële nadeel, dient op eerste verzoek van de verhuurder, door de huurder te worden voldaan.

 

7.    De huurder is verplicht binnen vier weken na afloop van zijn boekjaar waarin hij het bedrijfspand is gaan huren (ook als het geheel of gedeeltelijk aan een derde in gebruik is gegeven), door middel van een door hem ondertekende verklaring de verhuurder ervan in kennis te stellen of hij het bedrijfspand over het afgelopen boekjaar heeft gebruikt voor doeleinden waarvoor op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 een volledig of nagenoeg volledig (tenminste 90%) recht op aftrek van BTW bestaat. Voorts is de huurder verplicht indien het door hem bedrijfspand (ook als het geheel of gedeeltelijk aan een derde in gebruik is gegeven) in enig van zijn daaropvolgende boekjaren niet is gebruikt voor doeleinden waarvoor op de voet van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968, een volledig of nagenoeg volledig (tenminste 90%) recht op aftrek van BTW bestaat, de verhuurder binnen vier weken na afloop van het desbetreffende boekjaar door middel van een door hem ondertekende verklaring hiervan in kennis te stellen. In beide gevallen is de huurder verplicht binnen dezelfde termijn een afschrift van de verklaring aan de inspecteur der belastingen te zenden.

8.    Indien de huurder niet voldoet aan vorenbedoelde informatieverplichting of achteraf blijkt dat hij van een onjuist uitgangspunt is uitgegaan en de verhuurder daardoor, naar achteraf blijkt, ten onrechte BTW over de huurprijs in rekening heeft gebracht, is de huurder in verzuim en is de verhuurder gerechtigd het daardoor ontstane financiële nadeel op de huurder te verhalen. Dit nadeel betreft de volledige ter zake door de verhuurder alsnog aan de fiscus verschuldigde BTW vermeerderd met rente en eventuele verhogingen, alsmede de niet door de verhuurder in aftrek te brengen BTW. Het in dit lid gestelde voorziet in een schadevergoedingsregeling voor het geval dat met terugwerkende kracht aan de belaste verhuur een einde mocht komen, zulks naast de onder lid 5 en lid 6 van dit artikel weergegeven regeling. De extra schade die voor de verhuurder uit die terugwerkende kracht voortvloeit, is terstond, volledig en ineens van de huurder opeisbaar. De verhuurder zal zijn medewerking verlenen indien de huurder de opgave van deze extra schade van de verhuurder wil laten controleren door een onafhankelijke registeraccountant. De kosten hiervan zijn voor rekening van de huurder.

 

 

Artikel 7 huurcontract bedrijfspand

1.    De huurder is gehouden om bij het sluiten van deze overeenkomst een bedrag van € (bedrag) ter verzekering van de richtige nakoming van zijn verplichtingen uit deze overeenkomst als waarborgsom aan de verhuurder te betalen. De verhuurder is gehouden om bij het eindigen van deze overeenkomst het bedrag van genoemde waarborgsom, terug te betalen aan de huurder, verminderd met het bedrag van hetgeen de verhuurder alsdan uit hoofde van deze overeenkomst heeft te vorderen van de huurder.

 

Artikel 8 huurcontract bedrijfspand

1.    Alle kosten van gas, water, elektriciteit en eventuele andere leveranties wegens gebruik of verbruik in, op of aan het bedrijfspand zijn voor rekening van de huurder.

2.    Indien door een toeleveringsbedrijf van gas, water of elektriciteit nadere eisen worden gesteld ten aanzien van de in het bedrijfspand aanwezige leidingen of aansluitingen van die leidingen op het openbare distributienet, zijn de kosten vallende op de voldoening van deze nadere eisen voor rekening van de verhuurder.

3.    Voor schade door de huurder geleden tengevolge van ondeugdelijke aan- of afvoer van gas, water, elektriciteit of enige ander nutsleverantie, is de verhuurder niet aansprakelijk.

 

Artikel 9 huurcontract bedrijfspand

1.    De huurder heeft het bedrijfspand in goede staat van onderhoud en zonder zichtbare of onzichtbare gebreken in huur ontvangen, tevens venster- en glasdicht, terwijl huurder is gehouden het bedrijfspand bij het eindigen van de overeenkomst in dezelfde staat van onderhoud, volledig ontruimd, schoon en zonder gebreken op te leveren.

2.    De verhuurder is niet aansprakelijk voor de nadelige gevolgen van zichtbare of onzichtbare gebreken aan het bedrijfspand.

3.    De verhuurder is verplicht om voor eigen rekening tijdig en op deugdelijke wijze alle onderhoud – waaronder begrepen herstel en vernieuwing – te verrichten of te doen verrichten, dat volgens de wet of het plaatselijk gebruik voor zijn rekening is, met dien verstande, dat in ieder geval voor zijn rekening is het onderhoud, het herstel en de vernieuwing van:

a.    daken;

b.    platten, veranda's en dergelijke;

c.    goten;

d.    buitenleidingen;

e.    grondleidingen;

f.     buitengevels;

g.    afscheidingen.

4.    De huurder is verplicht om voor eigen rekening tijdig en op deugdelijke wijze alle onderhoud - waaronder begrepen herstel en vernieuwing - te verrichten of te doen verrichten, dat volgens de wet of het plaatselijk gebruik voor zijn rekening is, met dien verstande, dat in ieder geval voor zijn rekening komt:

a.    het schoonhouden en ontstoppen van putten, afvoerbuizen van hemelwater, closets en de afvoerbuizen daarvan, wastafels, douches met toebehoren, gootstenen;

b.    het vegen van schoorstenen;

c.    het onderhoud van boilers, geisers en centrale verwarmingsinstallatie en de eventuele alarminstallatie;

d.    het onderhoud van water-, gas- en elektriciteitsleidingen en andere binnenleidingen;

e.    reparaties en vervanging van zonwering, kranen, bellen, deuropeners, sloten, grendels, krukjes, haakjes, ruiten, schakelaars, schakelborden, wandcontactdozen, enzovoorts;

f.     witwerk, binnenschilderwerk, alsmede stukadoorswerk en behangwerk;

g.    het vervangen van gebroken ruiten;

h.    het onderhoud van de tot het bedrijfspand behorende erf en tuin.

5.    De huurder is verplicht alle maatregelen te nemen ter voorkoming van schade aan het  bedrijfspand, in het bijzonder in het geval van storm, regen, sneeuw, vorst, andere neerslag en andere weersomstandigheden, kortsluiting, brand, lekkage en dergelijke, waaronder begrepen de maatregelen ter voorkoming van het bevriezen van waterleidingen en afvoeren in het bedrijfspand, of het perceel, waarvan het bedrijfspand deel uitmaakt.

6.    Het hiervoor bepaalde laat onverlet de verplichting van ieder der partijen, die voorzieningen voor zijn rekening te nemen, die dienen te worden getroffen als gevolg van opzet, schuld, nalatigheid of onoordeelkundig gebruik van hemzelf of van personen voor wiens doen of nalaten hij verantwoordelijk is.

7.    Indien de huurder of de verhuurder zijn verplichtingen zoals beschreven in dit artikel niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, is de andere partij gerechtigd, na ingebrekestelling, de noodzakelijke werkzaamheden voor rekening van de nalatige partij te verrichten of te doen verrichten.

 

Artikel 10 huurcontract bedrijfspand

1.    Onroerende zaakbelasting die wordt geheven ten laste van een eigenaar/niet-gebruiker en waterschapslasten komen voor rekening van de verhuurder. Alle andere belastingen en heffingen geheven met betrekking tot het bedrijfspand, geheven onder welke naam en vanwege welk publiekrechtelijk rechtspersoon dan ook, worden gedragen door de huurder.

 

Artikel 11 huurcontract bedrijfspand

1.    De huurder is gehouden het bedrijfspand overeenkomstig de bestemming als bedrijfspand te gebruiken.

2.    Het is de huurder, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verhuurder, niet toegestaan het bedrijfspand geheel of gedeeltelijk onder te verhuren of anderszins – al dan niet om niet – aan derden in gebruik of medegebruik af te staan.

3.    De huurder is verplicht het bedrijfspand in overeenstemming met de bestemming ervan krachtens deze huurcontract van inventaris te voorzien en ingericht te houden en voorts daadwerkelijk, behoorlijk en zelf te gebruiken.

4.    Het is aan huurder verboden de gedaante, het uiterlijk of de inrichting van het bedrijfspand te wijzigen of enige verbouwing daarin of daaraan uit te (doen) voeren zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder. In alle gevallen dient de huurder bij het eindigen van de huurcontract de door hem aangebrachte veranderingen te verwijderen en het bedrijfspand in de oorspronkelijke staat terug te brengen, tenzij de verhuurder schriftelijke toestemming geeft de aangebrachte wijzigingen niet te verwijderen. De verhuurder is niet gehouden om de huurder een vergoeding te betalen, terzake van de waarde van door of vanwege de huurder aangebrachte veranderingen, tenzij uitdrukkelijk schriftelijk anders is overeengekomen ter zake van bepaalde veranderingen.

5.    De huurder dient zelf ervoor zorg te dragen dat hij beschikt of komt te beschikken over de vergunningen en/of ontheffingen die in verband met het gebruik van het bedrijfspand in overeenstemming met de bestemming ervan krachtens deze huurcontract benodigd mochten zijn of worden. Een niet of niet meer beschikken over dergelijke vergunningen en/of ontheffingen komt voor rekening en risico van huurder en geeft geen grond voor huurder om deze huurcontract te (doen) ontbinden of nietig te (doen) verklaren of enige andere actie tegen verhuurder, in of buiten rechte, te richten.

6.    Indien en voorzover in of aan het bedrijfspand aanpassingen c.q. voorzieningen op overheidsvoorschrift moeten worden aangebracht met het oog op (de aard van) het gebruik door huurder van het bedrijfspand, komen deze aanpassingen c.q. voorzieningen voor rekening van huurder.

7.    De huurder is verplicht het bedrijfspand zodanig te gebruiken, dat niet in strijd wordt gehandeld met enige wet, verordening of enig ander overheidsvoorschrift en dat ook niet het gevaar ontstaat dat enige overheidsvergunning zal of kan worden ingetrokken.

8.    De huurder is verplicht het bedrijfspand zodanig te gebruiken, dat door of vanwege hem en (het gebruik van) het bedrijfspand geen hinder of overlast in welke vorm dan ook aan verhuurder, de buren en de verdere omgeving van het bedrijfspand wordt aangedaan.

9.    De huurder is verplicht het bedrijfspand zodanig te gebruiken, dat geen schade aan het milieu in welke vorm dan ook, zoals door de uitstoot van stoffen of door bodem-, grondwater-, oppervlaktewater- of luchtverontreiniging, ontstaat of redelijkerwijze kan ontstaan. De huurder is gehouden genoegzame voorzorgsmaatregelen hiertegen te nemen.

 

Artikel 12 huurcontract bedrijfspand

De huurder is gehouden te gedogen dat de verhuurder of diens gemachtigden het bedrijfspand bezichtigen, indien en voor zolang de verhuurder het verhuurde wenst te verkopen of te verhuren. De tijdstippen van deze bezichtiging worden zodanig bepaald dat de huurder zo min mogelijk hinder ondervindt.

 

Artikel 13 huurcontract bedrijfspand

Bij niet-prompte voldoening van huurpenningen op één der verschijndagen, bij overtreding, niet nakoming of niet-behoorlijke nakoming van één of meer der voor huurder uit de huurcontract of de wet voortvloeiende verplichtingen, bij faillissement van- of aanvraag om surséance van betaling door huurder, alsmede bij een door huurder geheel of grotendeels staken van het gebruik van het bedrijfspand, zal verhuurder gerechtigd zijn de huurcontract te ontbinden door middel van behoorlijke kennisgeving zoals in artikel 3, lid 4, van dite overeenkomst, in welk geval, alsmede wanneer verhuurder in plaats van ontbinding de nakoming der huurcontract wenst, huurder verplicht zal zijn tot schadevergoeding. De huurder zal in verzuim zijn door het enkele verloop van de bepaalde termijn of het enkele feit van de overtreding, niet-nakoming of niet behoorlijke nakoming.

 

In elke van deze gevallen zal verhuurder aan huurder ook in rekening mogen brengen zijn buitengerechtelijke kosten. Verder zal huurder in geval van een procedure tussen partijen in verband met deze huurcontract, indien hij daarbij geheel of in hoofdzaak in het ongelijk wordt gesteld, alle door verhuurder gemaakte proceskosten dienen te betalen, ook voorzover een proceskostenveroordeling volgens de daarbij gebruikelijke tarieven overtreffende.

 

Artikel 14 huurcontract bedrijfspand

1.    Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade die ontstaat aan persoon of goed van huurder of van derden, behalve wanneer deze schade uitsluitend optreedt als gevolg van de staat van het bedrijfspand, voor zover verhuurder terzake daarvan zelf grove schuld treft of ernstig nalatig is gebleven. Evenmin is verhuurder aansprakelijk voor schade die voor huurder direct of indirect voortvloeit uit gebeurtenissen, welke intreden zonder dat verhuurder terzake daarvan zelf grove schuld treft of ernstig nalatig is gebleven en welke afbreuk doen aan het rustig genot van het bedrijfspand voor huurder. Verhuurder is ook niet gehouden om huurder te vrijwaren voor belemmeringen van feitelijke aard, die derden huurder in zijn genot van het bedrijfspand toebrengen.

2.    huurder is verplicht om in geval van een aangekondigde openbare verkoping van het bedrijfspand gedurende vier weken voor de dag van de inzet, alsmede tussen inzet en afslag, en voorts gedurende de laatste drie maanden voor het einde van de huurcontract tot aan de wederverhuring of verkoop, op de dagen en tijden volgens plaatselijk gebruik, het bedrijfspand kosteloos ter bezichtiging te stellen. Dezelfde verplichting geldt in geval van een door verhuurder aan huurder medegedeeld voornemen tot onderhandse verkoop van het bedrijfspand. Bovendien heeft verhuurder en een door hem aan te wijzen deskundige, zoals een bouwkundige of een aannemer of een makelaar in onroerende goederen of een advocaat of deurwaarder, te allen tijde, na behoorlijke voorafgaande aankondiging aan huurder en in overleg met huurder, het recht het bedrijfspand van binnen en van buiten te bezichtigen c.q. te inspecteren.

3.    Verhuurder heeft steeds de bevoegdheid een beheerder aan te stellen, aan wie huurder dan alle uit deze huurcontract voortvloeiende betalingen zal hebben te verrichten en met wie huurder zich dan over alle aangelegenheden terzake van de huurcontract zal hebben te verstaan, een en ander voorzover en zolang verhuurder niet anders aan huurder zal hebben bericht of doen berichten. De beheerder, indien aangesteld, zal verhuurder echter in geen geval in rechte, eisend of verwerend, kunnen of mogen vertegenwoordigen. Voor alle mededelingen, aanzeggingen en deurwaardersexploten van de kant van verhuurder in verband met deze huurcontract en de nakoming c.q. beëindiging daarvan, en meer in het algemeen voor al hetgeen betrekking heeft op of verband houdt met de huurcontract en de nakoming c.q. beëindiging daarvan, kiest huurder voor de duur van de huurcontract, eventuele verlengingen daaronder begrepen, en ook voor de duur van een eventueel voortgezet genot door huurder van het bedrijfspand na het einde van de huurcontract woonplaats in het bedrijfspand.

 

Artikel 15 huurcontract bedrijfspand

1.    Op deze overeenkomst is steeds het Nederlands recht van toepassing.

2.    Alle geschillen voortvloeiende uit of verband houdende met de uitvoering van deze overeenkomst worden door de verhuurder en de huurder in eerste aanleg aanhangig gemaakt bij de gerechtelijke instantie waaronder de plaats van vestiging van de verhuurder ressorteert.


Ondertekening huurcontract bedrijfspand

Aldus in tweevoud opgesteld en ondertekend te (Plaats)  op (datum)

 

De verhuurder,                                                           De huurder,

 

 

 

Handtekening verhuurder                                         Handtekening huurder

Download voorbeeld huurcontract bedrijfspand in Word

Download voorbeeld huurcontract bedrijfspand in Word door op onderstaande afbeelding te klikken. 

Download voorbeeld huurcontract bedrijfspand

Download voorbeeld huurcontract bedrijfspand

Download voorbeeld huurcontract bedrijfspand

Lees de actuele wet- en regelgeving met betrekking tot het verhuren/ huren op de website van binnenlandse zaken, om een goed huurcontract bedrijfspand op te stellen. Het is aan te raden om het huurcontract bedrijfspand na te laten kijken door een jurist om ervan verzekerd te zijn dat je de actuele wet- en regelgeving hanteert.